WUPJlogo 

Torah from Around the World
__________________________________________________________

 

Antigonos, een man uit Socho, ontving
Simeon de Rechtvaardige.

Hij zei:
Wees niet als dienaren die hun meester dienen
met het oog op een beloning,
want dan dien je jezelf.

Maar wees als dienaren die hun meester dienen
zonder oogmerk van een beloning,
want dat is ware liefde.

En laat het ontzag voor de Allerhoogste je bezielen

 

Pirke Awot / Spreuken over de Fundamenten, 1:3

(in de vertaling van Leo Mock en Marcel Poorthuis)

_______________________________________________________________

Indien u ons wilt steunen en ook in staat wilt stellen deze commentaren te verzorgen met een gift die aftrekbaar is voor de belasting, klik dan hier

Alvast onze dank.

_______________________________________________________________
    

Sjabbat 2 september 2017 / 11 Elloel 5777, Ki Tetsé, Dewariem/Deuteronomium 21:10 - 25:19

    Tanach blz. 393 - 401
Haftara: Jesjaja 54:1 - 10
    Tanach blz. 892 - 893

Commentaar: Rabbijn Lewis Eron is geestelijk leider van de Jewish Federation of Southern New Jersey in Cherry Hill, Verenigde Naties.

vertaler: Channa Kistemaker

Het Engelse origineel

_____________________________________________________ 

 

Het is gewoon niet waar!

 

Er komt een moment in het leven van iedere gelovige Jood, waarop we onder ogen moeten zien dat wat in de Tora staat gewoon niet waar is. Dat is niet wanneer we zien dat het vroegere begrip van hoe de wereld is ontstaan en in elkaar zit niet strookt met hedendaagse wetenschappelijke inzichten. De Tora is geen wetenschappelijk handboek, maar maakt gebruik van de kennis die haar eigen tijd bezat, om te laten zien hoe God, de Schepper, omgaat met de Schepping. Het is ook niet wanneer we voor het eerst zien hoe anders de Tora omgaat met geschiedschrijving, vergeleken met modern academisch historisch onderzoek en journalistieke verslaglegging. De Tora heeft niet tot doel een objectief feitenrelaas te leveren, maar gebruikt historische gebeurtenissen om te laten zien hoe de relatie tussen God en Zijn volk, Jisraeel, zich ontwikkelt.

Nee, de echte beproeving komt, wanneer wij ontdekken dat de manier waarop de Tora haar wereld ordent, niet overeenkomt met hoe wijzelf onze wereld ervaren. In de wereld zoals de Tora die beschrijft, wordt aan hen die trouw zijn aan het Verbond en hun best doen de heilige opdrachten te vervullen, succes, veiligheid en een lang leven beloofd. Maar in onze wereld worden die beloftes zelden of nooit nagekomen. Wat we in ons leven van alledag zien, is dat de vromen maar al te vaak niet beloond worden, dat gelovigen geen materiële geschenken ontvangen, en dat geen enkel mens, hoe rechtvaardig hij ook is, mag rekenen op zegeningen als gezondheid, geluk, voorspoed en een lang leven. Theologen noemen deze beproeving van het geloof de theodicee, de rechtvaardiging van God (anders gezegd, het probleem hoe de goedheid en almacht van God te rijmen valt met het bestaan van het kwaad in de wereld, red.)

De Tenach behandelt de kwestie van de theodicee in het boek Ijov/Job. Daarin krijgt Ijov, een rechtvaardig man, het verlies van rijkdom, familie en gezondheid te verduren. Zijn vrienden komen hem troosten, maar zodra zij hem horen zeggen dat hij niet verdiend heeft wat hem is overkomen, betichten zij hem van goddeloosheid. Al beweert hij bij hoog en bij laag dat hij niets op zijn geweten heeft, zij houden vol dat hij een groot zondaar moet zijn geweest om zo'n zware straf te verdienen. Het gesprek tussen Ijov en zijn vrienden valt stil, wanneer God aan Ijov verschijnt, in een geweldige wervelwind. Hij maakt korte metten met de vrienden van Ijov, die menen dat ze de God der Schepping kunnen narekenen op hun eenvoudige morele telraam. Ten overstaan van Gods grootheid omarmt Ijov zijn levenslot, zowel het kwaad dat hij ervaren heeft als de zegeningen waarmee het boek eindigt.

Het klassieke debat over de theodicee in de Talmoed ontspint zich vanuit een gedeelte van de sidra van deze week, Ki Tetsé. De rabbijnen vertellen het tragische verhaal over een jongen die uit een boom viel, terwijl hij een nest uithaalde. Hij had daarbij, volgens de opdracht in de Tora (Dewariem/Deuteronomium 22:6-7), de broedende moeder verjaagd, voordat hij een aantal eieren wegnam. Vervolgens wijzen zij dit voorval aan als het cruciale moment in het leven van Elisja ben Aboeja, een bekende rabbijn, die het traditionele Jodendom vaarwel had gezegd. Toen Elisja ben Aboeja het kind had zien verongelukken, slaakte hij een hartgrondige kreet van wanhoop: „Er bestaat geen rechtvaardigheid, er is geen Rechter!" Geheel in strijd met de belofte in de Tora van een lang leven kwam dit kind voortijdig aan zijn eind. (Kiddushin 39b)

Er bestaat geen antwoord op de vraag van de theodicee; wel zijn er reacties. Door de manier waarop wij reageren geven wij betekenis en richting aan ons religieuze leven. Wij kunnen reageren zoals Elisja ben Aboeja en aan deze wereld geen doel en richting toeschrijven, en - in al onze wanhoop - desondanks de klaarblijkelijke chaos van het bestaan omarmen. Wij hebben de keus om te reageren zoals de vrienden van Ijov en onze eigen ervaringen aan de kant schuiven. Dan ruilen we de werkelijkheid in voor een misplaatste vroomheid. We kunnen ook doen als Ijov en het hoofd buigen voor de grootheid van de God der Schepping. Maar wij als gelovige Joden hebben nog een ander alternatief voor afvalligheid, blindheid en onderwerping. Dat is handelen: de daden van liefde en vriendelijkheid die wij verrichten kunnen ons antwoord zijn.

Wij kunnen de woorden van de Tora lezen als een profetisch visioen van hoe de wereld zou kunnen zijn, in plaats van als een beschrijving van hoe zij nu is. In een wereld vol gevaar en onrecht kunnen wij luisteren naar de Tora, die ons aanwijzingen geeft om de wereld veiliger, eerlijker, vriendelijker en rechtvaardiger te maken. We moeten onszelf  de vraag stellen: „Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat de beloften van de Tora waar zijn?" Wij kunnen een antwoord geven op de beloften van de Tora door de wonden van Ijov te verbinden, door de familie van het kind te troosten met hun verlies. Kortom, door hen die lijden terzijde te staan, door te leren hoe troost te geven en te ontvangen. Het is aan ons om het visioen waar te maken.

Op den duur verliezen alle materiële zegeningen die de Tora belooft hun glans. Wat duurzaam en goed is in de Tora zijn de woorden zelf en de daden die zij van ons verlangen. Misschien blijft het moeilijk om Gods rechtvaardigheid te zien, maar op de Tora geïnspireerde reacties op pijn, wreedheid en onrecht zijn gemakkelijk te verstaan. Een gelovige Jood beantwoordt de uitdaging van de theodicee niet met wanhoop, blindheid of nederige onderwerping, maar door het onrecht dat wij zien tegemoet te treden met daden van liefde en vriendelijkheid, en door dank te zeggen voor de zegeningen die ons wel al ten deel gevallen zijn.

 Terug naar boven