WUPJlogo 

Torah from Around the World
__________________________________________________________

 

De Ziener ontving de Wijsheid op de dorre berg,
en gaf haar door aan zijn geliefde leerling,
en de geliefde leerling aan de Ouderen,
en de Ouderen aan de profeten,
en de Profeten gaven haar door
aan de Mensen van de Grote Vergadering.

Zij zeiden drie dingen:

Wees voorzichtig met oordelen,
want de werkelijkheid is vaak anders dan hij lijkt.

En breng veel leerlingen op de been,
want zij zijn de dragers van de Wijsheid.

En maak een heg om de Wijsheid,
want alles van waarde is weerloos.

 

 

Pirke Awot / Spreuken over de Fundamenten, 1:1

(in de vertaling van Leo Mock en Marcel Poorthuis)

 

_______________________________________________________________

Indien u ons wilt steunen en ook in staat wilt stellen deze commentaren te verzorgen met een gift die aftrekbaar is voor de belasting, klik dan hier

Alvast onze dank.

_______________________________________________________________
    

Sjabbat 26 augustus 2017 / 4 Elloel 5777, Sjoftiem, Dewariem/Deuteronomium 16:18 - 21:9
    Tanach blz. 385 - 393
Haftara: Jesjaja 51:12 - 52:12
    Tanach blz. 888 - 891

Commentaar: Rabbijn Oren J. Hayon is geestelijk leider van Temple Emanu El in Houston, U.S.A.

vertaler: Jochanan Belinfante

Het Engelse origineel

_____________________________________________________ 

 

Maak van de Tora geen afgodsbeeld

 

De Nederlandse titels van de eerste vier boeken van de Tora zijn afkomstig uit het Grieks en houden verband met de inhoud van hun verhalen. Genesis gaat over de oorsprong, Exodus gaat over de Uittocht uit Egypte, Leviticus  gaat over de Levitische wetten voor het priesterschap en de zuiverheid,  en Numeri begint met het tellen van de bevolking van Jisraëel. Deuteronomium, echter, krijgt zijn naam van het Griekse woord voor ‘tweede vertelling’. De naam van het boek Deuteronomium verwijst dus niet naar de inhoud, maar naar de vorm ervan: dit boek wordt gepresenteerd als Mosjé’s hervertelling van het Jisraëlitische nationale epos.

Op deze manier herinnert het boek Deuteronomium ons aan de praktische waarheid dat alle heilige boeken krachtiger zijn als ze worden herhaald dan in de Openbaring. Deze boodschap ligt besloten in de opdracht in sidra Sjoftiem (Dewariem/Deuteronomium 17:18), dat de koningen van Jisraëel een boekrol bij zich moesten dragen waarin een „kopie van deze Leer (Tora, red.)”, een misjné haTora hazot, geschreven staat. Let dus op: de mitswa, de gezegende opdracht, om kopieën van de Tora te maken, ligt besloten in Dewariem, dat op zich een kleine replica van de rest van de Tora is. Het is een heerlijk beeld om te overwegen: heilige kopieën van heilige kopieën, die zich spiraalsgewijze bewegen, zoals het (opgerolde, red.) perkament van een Sefer Tora; ze draaien zich om elkaar heen tot steeds dichtere rollen van de heilige tekst.

Wij moeten ook bedenken dat de Hebreeuwse woorden uit Dewariem 17:18 vele eeuwen later terugkomen, wanneer Maimonides ze gebruikt als naam voor zijn meesterwerk over de Joodse wetgeving, de Misjné Tora. De Misjné Tora is een nauwkeurig georganiseerde juridische codex. Hij bevat het omvangrijke corpus halachische beslissingen van de rabbijnen in de Talmoed (maar zonder de onderliggende rabbijnse discussies, red.), gepresenteerd in een overzichtelijke opmaak, zodat de lezer de codex gemakkelijk kan raadplegen. Maimonides geloofde dat hij met de gestroomlijnde indeling van de Misjné Tora alle regels die nodig zijn om een Joods leven te kunnen leiden in één enkel boek had ondergebracht.

Dit helpt ons te begrijpen waarom Maimonides deze titel koos voor dit werk. Hij moet zichzelf gezien hebben als iemand die het gebod in sidra Sjoftiem vervult: het herhalen en hervertellen van Gods wet. Maimonides’ toevoeging aan de voorgaande kopieën van Gods woord mondt ten slotte uit in een matroesjka (een Russische pop met daarin telkens kleinere poppetjes, red.) van de tekst: elke hervertelling ligt besloten in een volgende, telkens grotere kopie van de voorganger die binnenin opgesloten is.

Bij het schrijven van de Misjné Tora liet Maimonides de wijdlopige rabbijnse discussies over de wetgeving, zoals die eeuwen eerder hadden plaatsgevonden, weg. Hij wilde zijn lezers voorzien van een beknopte opsomming van de beslissingen van de rabbijnen. Het boek werd echter niet ontvangen op de manier die Maimonides had gehoopt. In plaats van breed te worden verwelkomd door de joodse wereld, wekte de Misjné Tora wrevel en woede op in vele gemeenten over de hele wereld.

Waarom? Het lijkt erop dat de weerstand tegen het werk voortkwam uit de vrees dat Maimonides de studie van de joodse wet wilde vervangen. Als er één boek is dat alle antwoorden betreffende de joodse wet bevat, stelden de critici, waarom zou een lezer dan nog de moeite nemen zich te verdiepen in het ingewikkelde debat over deze vragen? In zijn ijver om de aanwijzing van Dewariem 17:18 nog beter uit te voeren, maakte Maimonides vele geleerde Joden juist kwaad. Zij zagen de Misjné Tora als een poging om het bestuderen van de Tora te vervangen door iets dat hijzelf eigenmachtig en dwingend oplegde.

In een beroemd essay uit 1988 spreekt de postmoderne filosoof Jean Baudrillard over fenomenen die hij ‘Simulacra and Simulations’ noemt (zijn boek is vertaald in het Engels door Shelia Glaser, 1995). Dit essay bevat een kritiek over kringen die simulaties van de werkelijkheid produceren (denk aan reality-tv of aan Disney World's Main Street, U.S.A.). Er komt een punt, luidt het verwijt van Baudrillard, waarop de simulatie echt de werkelijkheid die het beweert na te bootsen, vervangt en waarop de echte wereld er niet meer toe doet. (Bijvoorbeeld: vandaag de dag lijkt geen enkele stad in Amerika op Disney World's Main Street, U.S.A.) Op dat punt in zijn ontwikkeling, stelt Baudrillard, is de simulatie (nabootsing, red.) een ’simulacrum’ (afgodsbeeld, red.) geworden en begint de ware werkelijkheid uit de herinnering te verdwijnen.

Het is interessant om te zien hoe de taal waarin Baudrillard spreekt over het sociale gevaar van simulacra, klinkt als de kritiek op Maimonides vanwege zijn publicatie van de Misjne Tora. Baudrillard waarschuwt ons dat de sociale structuur in deze omstandigheden gedoemd is af te brokkelen en, inderdaad, Gods autoriteit dreigt te ondermijnen. Hij waarschuwt tegen „ (…) deze mogelijkheid die (simulacra) hebben om God uit het bewustzijn van mensen te wissen, en de verpletterende, vernietigende waarheid die zij suggereren: dat er, als het erop aankomt, nooit een God geweest is; dat er slechts simulacra bestaan; dat God zelf in werkelijkheid nooit iets anders is geweest dan Zijn eigen simulacrum.

Met andere woorden, hij waarschuwt tegen het gevaar zo verliefd te worden op de simulaties die wij creëren, dat wij op een zeker moment ons morele anker verliezen. De vaardigheid om symbolen te creëren en te begrijpen is een unieke menselijke gave. Maar als wij ons diep onderdompelen in het proces van het creëren van replica’s van de werkelijkheid, lopen wij het risico niet meer te beseffen wat echt is in Gods wereld. Baudrillard’s inzicht helpt ons, uiteindelijk, de vijandige tegenstand tegen de Misjné Tora te begrijpen en leert ons hoe nauw het luistert bij de uitdaging van Deuteronomium 17:18.

Tenach is ondubbelzinnig en helder: Israëls leiders hebben de opdracht gekregen om voor zichzelf een kopie van de Tora te maken, als een metgezel tijdens hun leiderschap. De leiding die onze heilige teksten ons kunnen geven, is echter alleen effectief wanneer de leiders van onze gemeenten zich er richting door laten geven, en wanneer de waarheid van de tekst overal in synagogen, in leerhuizen en in het joodse hart gekopieerd en verspreid wordt.

Deze herhaling brengt een enorme verantwoordelijkheid met zich mee. Wij allemaal, niet alleen Israëls koningen, zijn in de gelegenheid om te dienen als kopieën van de Tora van vlees en bloed. Elke religieuze keuze die wij maken, elke spirituele beslissing, elke verplichting om het goede in de wereld te brengen kan dienen als een kleine misjné Tora: een simulatie van Gods aanwezigheid, in miniatuur. Daarbij moeten we in gedachte houden dat onze religieuze trouw en onze goedheid, die wij in de wereld manifesteren, nooit Gods aanwezigheid kan vervangen. Welke replica’s van Gods woord wij ook met ons meedragen, zij zijn geen vervanging van het zuivere besef van de Goddelijkheid, zoals wij die ervaren wanneer wij God van aangezicht tot aangezicht ontmoeten in de woorden van Tora. Slechts met dat nederige besef kunnen wij ervan verzekerd zijn dat de Tora zich eindeloos zal blijven ontrollen. Alleen met dat besef kunnen wij er zeker van zijn dat de ontelbare hervertellingen van de Tora, die in elkaar besloten liggen, niet verborgen zullen blijven, maar voor altijd hun licht zullen laten schijnen; en dat de heilige verhalen steeds opnieuw aan komende generaties zullen worden verteld.

 Terug naar boven