WUPJlogo 

Torah from Around the World
__________________________________________________________

Als je je concentreert op wat goed is in elke situatie,
zul je merken hoe je leven zich vult met dankbaarheid,
een emotie die je ziel zal voeden.

                                                                              Harold Kushner

_______________________________________________________________

Indien u ons wilt steunen en ook in staat wilt stellen deze commentaren te verzorgen met een gift die aftrekbaar is voor de belasting, klik dan hier

Alvast onze dank.   

_______________________________________________________________
 

Sjabbat 2 maart 2019 / 25 Adar I 5779, Sjabbat Sjekaliem, Wajakhél, Sjemot/Exodus 35:1 - 38:20

                Tanach blz. 182 - 190

2de sefer: Sjemot 30:11 - 16

                Tanach blz. 172

Haftara: II Koningen 12:1 - 17

                Tanach blz. 762 - 763

vertaler: Paula Reisner

Commentaar: Rabbijn Peter S. Knobel, oud-voorzitter van de Central Conference of American Rabbis, is interim rabbijn bij Temple Judea in Coral Gables, Florida. Tot zijn pensionering was hij rabbijn in Evanston, Illinois.

Het Engelse origineel 

__________________________________________________ 

 

Het heiligen van tijd en ruimte, de Sjabbat en het bouwen van de Tabernakel

Aan het begin van sidra Wajakhél roept Mosjé de gehele gemeenschap bijeen en herhaalt de mitswa van het naleven van de Sjabbat: „De Eeuwige heeft opdracht gegeven om deze dingen te doen. Zes dagen zal je je werk doen, maar de zevende dag, de Sjabbat, moet een dag van volstrekte rust zijn, gewijd aan de Eeuwige. Iedereen die dan werkt moet ter dood worden gebracht. Niemand van jullie mag een vuur aansteken op de Sjabbat, waar jullie ook verblijven." (Sjemot 35:1-3)

Vervolgens geeft Mosjé instructies over het bouwen van het Misjkan (de Tabernakel of draagbaar heiligdom), die hen door de wildernis zal vergezellen en die een voorafschaduwing was van het bouwen van de Tempel. De Schepping van de wereld en het bouwen van de Misjkan zijn parallelle activiteiten. Hierdoor zien we hoe tijd en ruimte beiden de mogelijkheid hebben om te worden geheiligd.

In The Sabbath1, schrijft Abraham Joshua Heschel: „Het Jodendom is een godsdienst van tijd, die zich richt op de heiliging van de tijd.  (...) Het Jodendom leert ons om verbonden te zijn met heiligheid in de tijd, om verbonden te zijn met heilige gebeurtenissen, om te leren hoe heiligdommen te wijden, die voortkomen uit de prachtige loop van het jaar. De Sjabbatot zijn onze grote kathedralen; en ons Heilige der Heiligen is een heiligdom dat noch de Romeinen of Germanen in staat waren te verbranden; een heiligdom dat niet kan worden uitgewist door afvalligheid.”

De heiliging van de tijd maakt het Jodendom [noot vertaler: net als het Misjkan] ‘draagbaar’ en voorkomt dat we een overdreven nadruk leggen op het bouwen van gebouwen die de architecten meer eren dan de Schepper van het universum. Toch beschrijft onze sidra het bouwen van het Misjkan als een project met goddelijke bezieling, dat bijzonder getalenteerde ambachtslieden nodig heeft en een bouwopzichter, Betzaleel, die begiftigd is met „een goddelijke geest (roeach Elohim) van intelligentie (chochma), bekwaamheid (t'voena), en kennis (da'at) op het gebied van alle ambachten.” (Sjemot 35:31; 31:3) Het werk volgt een door God gegeven architecturale blauwdruk. Het bouwproject is zo inspirerend, dat de gemeenschap vrijwillig zelf meer middelen aanbiedt dan vereist zijn en Mosjé ziet zich genoodzaakt hen een halt toe te roepen bij het geven van donaties. De mensen worden geïnspireerd door het bouwen van een heilige ruimte, die bedoeld is om hen naar de Aanwezigheid van het Goddelijke te trekken.

In Pirké D'Rabbi Eliezer 3 lezen we: Met Tien Uitspraken werd de wereld geschapen (…) en met drie werd zij voltooid. En dit zijn ze: chochma (wijsheid, intelligentie), tevoena (verstand, vakkundigheid), en da'at (kennis); zoals er staat: „De Eeuwige grondvestte de aarde met chochma, bracht de hemelen tot stand door tevoena, spleet de diepten uit elkaar met Zijn da'at. (Misjlé/Spreuken 3:19-20) Met dezelfde drie werd het Misjkan gemaakt, zoals er staat (over Betzaleel de ambachtsman van het Misjkan): „Ik heb hem vervuld met goddelijke geest, met chochma, tevoena en da'at. (Sjemot 31:3) Met dezelfde drie hoedanigheden werd de Tempel gebouwd: „Zoon van een weduwvrouw is hij uit de stam Naftali, en zijn vader was een man van Tsor, een koperbewerker, vervuld van wijsheid (chochma), verstand (tevoena) en kennis (da’at).” (I Melachiem/I Koningen 7:14)

Het scheppen van de wereld en het bouwen van het Misjkan vereisen dezelfde bekwaamheden: Betzaleel en God delen dezelfde eigenschappen wijsheid/intelligentie, verstand/vakkundigheid en kennis. Tijd en ruimte zijn beiden beschikbaar als plek waar de mens en het goddelijke kunnen samenkomen. De Sjabbat is het hoogtepunt van de Schepping van de wereld. Het is de tijd waarin we een stap achteruit kunnen zetten, weg van het werk, en de schoonheid van de Schepping kunnen waarderen, én onze beperkte, maar belangrijke rol in het hele project. Het Misjkan is een uitnodiging aan God om bij ons te verblijven. De Sjabbat focust onze aandacht op Gods Schepping en onze rol hierin als zijn beheerders en als een instrument voor menselijke waardigheid. Deze rollen worden weerspiegeld in de twee redenen die worden gegeven voor het nakomen van de Sjabbat in de Tien Uitspraken: de Sjabbat herdenkt de Schepping (Sjemot/Exodus 20:11) en herinnert aan de Uittocht uit Egypte (Devariem/Deuteronomium 5:15).

De wereld is door God geschapen als geschenk voor de mensheid. Het Misjkan is een geschenk aan God en het kon worden gebouwd dankzij genereuze bijdragen en vakmanschap; met het Misjkan wordt God uitgenodigd Aanwezig te zijn. Zowel de Sjabbat als het Misjkan zijn manifestaties van institutionele godsdienst.

In The Particulars of Rapture: Reflections on Exodus2 geeft Aviva Gottlieb Zornberg dit ter overweging: „We begonnen met de tegengestelde werkelijkheden van de Sjabbat en het Misjkan, met een toestand waarin vuur - het middel waarmee het Misjkan werkte - niet aangestoken mag worden op de Sjabbat. Wellicht kunnen we nu zeggen dat deze twee modaliteiten twee manieren vertegenwoordigen van het leven in de tijd. Vuur vertegenwoordigt de urgentie van productieve tijd, die geleefd wordt voor het doelbewuste scheppen, voor de vormen van zelfkennis, die voortkomen uit het innerlijke vuur. Het werk van het Misjkan getuigt dus van de scheppende macht van de mens, van de vele manieren, de negenendertig manieren waarmee wij ons verhouden tot de wereld en die transformeren. Daarbij is vuur essentieel. Dit werk is, in wezen, niet zozeer een manifestatie van de verscheidenheid aan voorwerpen in de ruimte die worden geschapen, maar van een manier waarop tijd gebruikt wordt: doeltreffend, productief, vaak meedogenloos.

Tegenover deze modaliteit staat de Sjabbat: „Niemand van u mag op Sjabbat een vuur aansteken, waar hij ook woont.” (Sjemot 35:3) De Sjabbat wordt eigenlijk gedefinieerd als niet-vuur: dat wil zeggen, als tijd die niet gebruikt wordt, die niet-productief is, de tegenpool van het maken van het Misjkan.

God wordt in onze levens uitgenodigd via de Sjabbat, en God wordt in de wereld uitgenodigd via het scheppend werk van de mens. Alle intelligentie, vakbekwaamheid en kennis die nodig waren voor het bouwen van het Misjkan zijn eigenschappen die we moeten inzetten tijdens onze werk van alledag. Het Misjkan en de wereld hadden elk een goddelijk plan. Wij kunnen ernaar streven om ons leven zo vorm te geven, dat dit onze wens reflecteert om deel te nemen aan een goddelijk plan. Dit vereist de heiliging van zowel tijd als ruimte. Het pad naar heiliging wordt afgeleid uit de studie van Tora; die verbindt het menselijke met het goddelijke, zodat het gewone wordt getransformeerd tot het buitengewone. Het pad naar heiliging is: de wereld gedurende zes dagen herscheppen en dat vieren op de Sjabbat.

1Abraham Joshua Heschel, The Sabbath, uitg. Farrar, Strauss and Giroux, New York, 1951, blz. 8.

2Avivah Gottlieb Zornberg, The Particulars of Rapture: Reflections on Exodus, uitg. Schocken Books, New York, 2001, blz. 495.

Terug naar boven