WUPJlogo 

Torah from Around the World
__________________________________________________________

Dit is de sidra voor de 2e dag Pesach. Voor de sidra van de eerste dag Pesach, klik hier.


Wanneer wordt stelen beloond en niet gestraft? Wanneer de afikoman wordt gestolen.                                                                                                                           Volksgezegde

(In sommige tradities moet de verstopte afikoman worden gevonden door de kinderen, in andere tradities stelen de kinderen de afikoman en gaat degene die de seider leidt, er naar op zoek. red.)

 _______________________________________________________________

Indien u ons wilt steunen en ook in staat wilt stellen deze commentaren te verzorgen met een gift die aftrekbaar is voor de belasting, klik dan hier

Alvast onze dank.

_______________________________________________________________
    

Zaterdagavond 31 maart 2018 / zondag 1 april, 16 Niesan 5778, 2e dag Pesach, Wajikra/Leviticus 22:26-23:44

    Tanach blz. 244 - 248

Tweede sefer: Bemidbar 28:16-25

    Tanach blz. 329        

Haftara: 2 Melachiem/Koningen 23:1-9, 21-25

    Tanach blz. 789-790, 792

Commentaar: Reb Mimi Feigelson, masjpia roechaniet, kreeg haar semicha (rabbijnenerkenning) van rabbijn Sjlomo Carlebach. Zij is docent aan de Ziegler School of Rabbinic Studies, Brandeis, Californië.

vertaler: Tamarah Benima

Het Engelse origineel 

__________________________________________________ 

 

Zitten aan Gods seidertafel

 

Als er één avond is die stikvol zit met topmomenten, tradities en herinneringen, dan is het seideravond. Stel je voor: je leidt een gemeenschapsseider voor driehonderd mensen in Dharamsala, India, waar de hele avond door mensen naar je toe komen en je toefluisteren: „(…) je hebt niet de melodie gebruikt die we thuis zingen!” Ondertussen kan ik alleen maar denken: „Maar jij bent degene die ervoor heeft gekozen om duizenden kilometers van huis te zijn, en je had een reden om in een hut op de top van de berg te leven, nietwaar? Die was toch niet om de melodieën te zingen die je thuis zingt…” Ik hield deze gedachte natuurlijk, glimlachend voor mijzelf. Altijd als ik de voorbereidingen tref voor Pesach, komt die herinnering terug.

Ik zou je willen vragen om alle verschillende seidertafels voor je geestesoog te halen, waaraan je in de loop van jouw leven hebt gezeten. Aan wiens tafel zat je? Wie waren er? Hoe voelde het? Waar gingen de gesprekken over? Observeer hoe deze variabelen het verschil maken voor jouw gevoelens en jouw herinneringen.

Nu wil ik ons allen uitnodigen om aan dezelfde tafel te zitten. Je hoeft niet bang te zijn, je hebt er geen vliegticket voor nodig, en het menu hoeft ook niet te worden veranderd. De boodschappen die je hebt ingekocht zijn nog steeds prima.

Wat zou je doen, hoe zou je je voorbereiden, wat zou je moeten weten als je zou worden verteld dat je dit jaar (en alle komende jaren) zit aan Gods tafel?

Ik heb twee versies gezien van het volgende leerstuk. De ene heb ik geleerd van rabbijn Mickey Rosen, z.l., en de andere is verstopt in de Tosafot, in hun commentaar op de leerstelling in de Talmoed, afdeling  Berachot 42a.  De eerste heeft te maken met Rasji (ja, Rasji), die was vergeten om de derde beker wijn in te schenken tijdens de seideravond, voordat hij begon met het zeggen van het birkat hamazon (het dankgebed na de maaltijd, red.)! Wat moest hij doen? Rasji, de eigenaar van wijngaarden, en een seider met slechts drie bekers wijn? Is zoiets mogelijk? Kun je een seider hebben met slechts drie glazen wijn? Hoewel Rasji degenen die aan tafel zaten had uitgenodigd om het birkat hamazon te zeggen, door het reciteren van de traditionele uitnodiging om te beginnen met het dankgebed na de maaltijd, mocht hij, zo wordt ons onderwezen, de derde beker wijn inschenken vanwege ‘A’tacha deRachamana samchinan’. Dat is Aramees voor ‘Je zit aan Gods tafel’.

Ga nu terug naar jouw opbergkast met herinneringen en haal er de herinneringen uit aan de wonderbaarlijke onderhandelingen rond de tafel over het cadeau dat de vinder van de afikoman krijgt. Ik herinner me dat mijn broer, zo’n dertig jaar geleden, schertsenderwijs aan mijn grootvader vroeg om te helpen bij het kopen van een woning in Israël als afikoman-geschenk. Dat was iets heel anders dan grootvaders traditionele 25 dollar. Mijn grootvader antwoordde, eveneens schertsenderwijs, „Als het aan de orde is, bel me dan…” David antwoordde ernstig: „Het is aan de orde. Dina en ik gaan trouwen!” Het bleek dat Dina dezelfde stunt had uitgehaald bij haar thuis om het nieuws te vertellen.

Probeer, terwijl al deze herinneringen door je heen gaan, je voor te stellen dat je de afikoman eet. Stel je nu voor, na al deze prachtige momenten, dat een daartoe aangewezen persoon alle aanwezigen vraagt om het birkat hamazon te zeggen voordat iedereen daadwerkelijk de afikoman heeft gegeten. Hoe kun je een seider afsluiten zonder de afikoman te hebben gegeten? De smaak daarvan in onze mond moet ons helemaal terugbrengen, via het manna, naar de Tuin van Eden en de tarwe van de Boom der Kennis van goed en kwaad!

Op dit punt haalt Tosafot hetzelfde principe uit de kast dat Rasji in staat stelde om de beker wijn in te schenken: Zitten aan Gods seidertafel – A’tacha deRachamana samchinan!  In beide gevallen wordt ons onderwezen dat het einde van de maaltijd, en de bewustzijnsverschuiving van het ene deel van het diner naar het andere, wordt bepaald door het bewustzijn van de Ba’al Habajiet – de Meester van het Huis (de Eeuwige Zelf, red.) -  en niet door een van de gasten die aan tafel zitten. Betekent dit dat, bijvoorbeeld, Rasji een gast was aan zijn eigen tafel?

Inderdaad, ja. Hiermee leren we dat zelfs al ziet het er zo uit dat wij degenen zijn die al het werk doen voor de seideravond, zodra we aan tafel gaan zitten wordt ons gevraagd om elke claim op wat er voor ons staat op te geven, en te erkennen dat we allemaal kinderen van onze Schepper zijn. We zitten samen, ongeacht waar we geografische mogen zijn, aan Gods tafel.

Daarom wil ik terugkeren naar enkele van de vragen die ik in het begin stelde. Wat zou je doen, hoe zou je je voorbereiden, wat zou je moeten weten als ik je vertelde dat je dit jaar, en alle komende jaren, aan Gods tafel zit: A’tacha deRachaman samchinan? Wat zou het betekenen om te worden bevrijd uit de slavernij van de zelf-definities en de verworvenheden/bezittingen? Hoe kunnen we ons hart en onze ziel openen bij leven en God toebehoren op een manier die we nooit eerder hebben ervaren? Wat betekent het dat onze handen niet langer vasthouden aan emotionele, psychologische en zelfs spirituele territoria die we in het verleden tot ‘van mij’ hebben verklaard, zodat we de goddelijke overvloed kunnen ontvangen als nooit tevoren? Voor rabban Gamliel, zoals we zullen lezen in de haggda, wordt de seideravond gedefinieerd met drie woorden: pesach, matze en maror. Voor mij is een noodzakelijke randvoorwaarde daarvoor deze drie Aramese woorden: A’tacha deRachamana samchinan.

Ik bid deze seideravond dat we gezegend zullen zijn met de vrijheid en de moed om aan Gods tafel te zitten! Ik bid dat we in staat zullen zijn om elkaar te begroeten met ‘Sjabbat sjalom’ en ‘chag sameach’ als we gaan zitten: wetend, vertrouwend en gelovend dat A’tacha deRachamana samchinan waar is.

Sjabbat Sjalom en chag sameach!

Terug naar boven