WUPJlogo 

Torah from Around the World
__________________________________________________________

Als je je concentreert op wat goed is in elke situatie,
zul je merken hoe je leven zich vult met dankbaarheid,
een emotie die je ziel zal voeden.

                                                                              Harold Kushner

_______________________________________________________________

Indien u ons wilt steunen en ook in staat wilt stellen deze commentaren te verzorgen met een gift die aftrekbaar is voor de belasting, klik dan hier

Alvast onze dank.   

_______________________________________________________________
 

Sjabbat 9 maart2019 / 2 Adar II 5779, Pekoedé, Sjemot/Exodus 38:21 - 40:38

                Tanach blz. 190 - 196

Haftara: I Koningen 8:22, 37 - 53

                Tanach: blz. 687 - 691

vertaler: Channa Kistemaker

Commentaar: Rabbijn Beth Kalisch. Zij leidt de liberaal-joodse Beth David Gemeente te Gladwyne, Pennsylvanië, USA.

Het Engelse origineel 

__________________________________________________ 

 

Heelheid is te vinden in de details

De sidra van deze week, Pekoedé, vormt het slot van het boek Sjemot/Exodus. De Jisraëlieten - die op dit punt in ons verhaal zijn bevrijd uit de slavernij van Egypte, aan de voet van de Sinaï hebben gestaan om de Tien Uitspraken en de Tora te ontvangen, èn de bouw van het tabernakel hebben voltooid - zijn eindelijk klaar voor de jarenlange zwerftocht, die de rest van het verhaal van de Tora in beslag zal nemen.

Als je het boek Sjemot/Exodus alleen door de bril van een kinderbijbel, Hollywood, of de joodse feestkalender zou kennen, zou je het verhaal van het tabernakel gemakkelijk over het hoofd kunnen zien. Grote verhalen, zoals de bevrijding uit Egypte, het ontvangen van de Tien Uitspraken, het maken van het gouden kalf en het verschijnen van God in de brandende doornstruik worden doorgaans verbeeld als de belangrijkste gebeurtenissen in het boek Sjemot. Het bouwen van het  tabernakel - het draagbare heiligdom, dat zal dienen als woonplaats van God temidden van het kamp van de Bné Jisraël op hun omzwervingen - wordt haast niet opgemerkt.  Maar wanneer Mosjé het tabernakel eindelijk voltooit in de sidra van deze week, dan zijn we vijf Tora-lezingen verder, dat wil zeggen vijftien hoofdstukken en bijna de helft van het boek Sjemot; zij samen zijn grotendeels gewijd aan een gedetailleerde en zichzelf vaak herhalende beschrijving van het tabernakel.

Het is een angstvallig precies bouwproces. Een groot deel van de tekst is misschien moeilijk te volgen en je weet soms niet wat je eraan hebt. De hoofdstukken over het tabernakel houden zich op zo een overdonderende manier bezig met schijnbaar kleine en onbelangrijke details. De Uittocht uit Egypte gaat over plagen en dictators, onderdrukking en vrijheid; Sinaï gaat over openbaring en ethiek; het gouden kalf gaat over zonde en vergeving; de brandende doornstruik gaat over het horen van de stem van God. De hoofdstukken over de bouw van het tabernakel gaan echter, oppervlakkig bekeken, over kleine, minder belangrijke dingen: „(…) blauwe, purperen en scharlakenrode draden, en fijn linnen” (Sjemot 35:35), „de voetstukken van de omheining” (Sjemot 38:31), en „het bronzen altaar met het bronzen hekwerk, de draagbomen en alle bijbehorende voorwerpen” (Sjemot 39:39).

De bar- en bat mitswa leerlingen van nu zijn niet de enigen die zich hebben afgevraagd hoe ze betekenis moesten vinden in al die details, hoe ze door al die bomen het bos moesten zien. Terwijl we het boek Sjemot en de bouw van het tabernakel afsluiten, moet ik onwillekeurig denken aan een onderwerp uit de Zohar, de middeleeuwse tekst die doorgaans wordt gezien als het belangrijkste werk uit de joodse mystiek.

Het is alsof de Zohar verwacht dat de teksten over het tabernakel ons fragmentarisch voorkomen. Daarom daagt zij ons uit om onze blik te verplaatsen van de details naar het grote geheel: „Hier (in het tabernakel) hebben we een ander symbool van eenheid, want hoewel het tabernakel was opgebouwd uit allerlei onderdelen, wordt gezegd: „zodat het tabernakel één geheel is.” (Sjemot 26:6) Net zoals het menselijk lichaam bestaat uit verschillende organen, belangrijke en onbelangrijke, sommige in [het lichaam] en dus onzichtbaar, andere aan de buitenkant  en dus zichtbaar, terwijl zij toch samen één lichaam vormen en zo was het ook met het tabernakel: alle onderdelen ervan waren gevormd volgens het patroon van het hemelse evenbeeld, en wanneer die op de juiste wijze met elkaar werden verbonden, was „het tabernakel één geheel”.

Voor de mitswot van de Tora geldt hetzelfde: ze vormen ieder voor zich én samen met elkaar de ledematen van het hemelse mysterie; wanneer zij bij elkaar komen als één geheel, worden zij verheven tot één mysterie. Het mysterie van het tabernakel, dat dus bestaat uit ledematen die samen worden verheven tot het mysterie van de Hemelse Mens, volgt het patroon van de mitswot van de Tora, die allen te vinden zijn in het mysterie Mens – die zowel ‘mannelijk’ als  ‘vrouwelijk’ is. Wanneer die aspecten worden verenigd, vormen zij het mysterie Mens. (W. Gunther Plaut, The Torah: A Modern Commentary, Revised Edition, uitg. URJ, New York, p. 636)

Na al die hoofdstukken vol instructies, na zoveel weken bouwen, na die eindeloze opeenstapeling van details, komen in de sidra van deze week de onderdelen bij elkaar en vormen zij het voltooide tabernakel. Ha'misjkan echad, „het tabernakel is één". In deze tekst weerklinkt een bekendere zin: Adonai echad, „de Eeuwige is één", zoals wij zeggen in het Sjema.

Ik houd van deze vergelijking met ons lichaam uit de Zohar, omdat het klopt met allerlei aspecten van ons leven. Wanneer we in de spiegel kijken, zien we misschien niet veel meer dan een samenraapsel van gebrekkige onderdelen: dijen die te dik of juist te dun zijn naar onze wensen, een gebit dat een beugel nodig heeft of wit gemaakt zou moeten worden, een wijkende haarlijn. Zo is het ook met ons leven: soms lijkt het alsof ons leven uit elkaar valt tot een reeks to do-lijstjes, terwijl er iets wezenlijks wegsijpelt. God is één, maar wij zijn versnipperd, zo dikwijls verstrooid in banale details.

Dat is de reden, volgens mij, dat ons volk elk jaar zoveel weken besteed aan het bestuderen van al die hoofdstukken over het tabernakel. We vinden God in momenten van onderdrukking en in momenten van bevrijding, zo leert Sjemot ons. We vinden God in heilige momenten zoals bij de Sinaï en in de brandende doornstruik. We vinden God zelfs in onze akeligste momenten, zoals bij het gouden kalf. Maar doorgaans, als we God proberen te vinden temidden van ons, lukt dat alleen doordat we een manier hebben gevonden om in de meest banale momenten, in de kortste momenten, materiaal te ontdekken waarmee we een woonplaats voor God kunnen bouwen. Het is aan ons om in de spiegel te kijken en daarin - dwars door dikke dijen en wijkende haarlijnen heen - de schoonheid en het mysterie van ons lichaam te zien. Het is aan ons om naar onze dagen te kijken en daarin - langs de file en de rij bij de kassa heen, voorbij het dekken van de ontbijttafel en het binnenkomen op ons werk - de schoonheid en het mysterie van een mensenleven te ontwaren.

Wanneer we de onderdelen in elkaar zetten, wanneer we de eenheid zien, al is het maar voor één moment, dan woont de Goddelijke Aanwezigheid in ons, precies zoals onze voorouders dat beleefden in hun kamp. Sjemot leert ons te vechten voor die glimp. Neem alle tijd die je nodig hebt om die te vinden. Dan zal je klaar zijn voor je reis.

Terug naar boven