WUPJlogo 

Torah from Around the World
__________________________________________________________

Oe-d-la mosif, jaseef. (Aramees)

Wie niet groeit, gaat achteruit.

Hillel, in: Pirké Awot

 _______________________________________________________________

Indien u ons wilt steunen en ook in staat wilt stellen deze commentaren te verzorgen met een gift die aftrekbaar is voor de belasting, klik dan hier

Alvast onze dank.

_______________________________________________________________
    

Sjabbat 16 december 2017 / 28 Kislew 5778, Mikeets, Beresjiet/Genesis 41:1 - 44:17
    Tanach blz. 84 - 94
Haftara: 1 Melachiem/Koningen 3:15 - 4:1
    Tanach blz. 676 - 677

Commentaar: Dr. Ellen M. Umansky is hoogleraar joodse studies, hoogleraar religieuze studies en decaan van het Bennett Centrum voor Joodse Studies van de Universiteit van Fairfield, Connecticut, de Verenigde Staten.

vertaler: Paula Reisner

Het Engelse origineel 

__________________________________________________ 

 

Vergevingsgezindheid en verzoening

met het verleden

 

Vele jaren geleden gaf ik les over bijbelse helden aan een groep volwassen cursisten. We bestudeerden onder andere Joseef. We concentreerden ons op sidra Mikeets en discussieerden over Joseefs ruzieachtige relatie met zijn oudere broers en hun latere verzoening. We bespraken ook hoe Joseef leerde zijn vaardigheid om dromen te interpreteren ten bate van anderen te gebruiken en hoe hij ontdekte dat zijn talent een geschenk van God was. Hoewel ik met mijn verstand geloofde dat Joseef inderdaad volwassener was geworden, voelde ik dat niet zo in emotionele zin. Op de een of andere manier had ik het idee dat we het verhaal niet helemaal hadden begrepen. Ik vroeg aan de klas: als Joseef inderdaad volwassener was geworden, waarom nam hij dan geen contact op met zijn vader? Hij was per slot van rekening zijn vaders favoriet geweest. Jaäkov had hem niet in de put gegooid of samengespannen om hem als slaaf te verkopen. Hij kon niet verwachten dat Jaäkov naar hem geïnformeerd zou hebben, want de broers hadden Joseefs kleding weggenomen, het in bloed gedrenkt en Jaäkov laten denken dat Joseef dood was. Natuurlijk had Joseef zich kunnen voorstellen wat voor impact dergelijk nieuws op Jaäkov gehad moet hebben. Misschien was Joseefs boosheid jegens zijn broers zo groot dat hij niet klaar was om naar huis terug te keren en hen te vergeven. Maar had hij dan geen enkele compassie of liefde voor zijn vader?

Pas tijdens het tweede bezoek van zijn broers aan Egypte (Beresjiet/Genesis 43:27) horen we Joseef voor het eerst naar Jaäkov informeren. Wanneer ze voor het eerst naar Egypte gaan, melden de broers (die Joseef niet herkennen) dat ze een vader hebben, maar Joseef (die hen onmiddellijk herkent) maakt geen gebruik van de gelegenheid om te vragen hoe het met Jaäkov gaat. Pas als ze terugkomen met hun broer Benjamin, zoals Joseef hen had opgedragen, vraagt hij: „Is alles goed met jullie oude vader, over wie jullie me hebben verteld? Leeft hij nog?” (Beresjiet 43:27). Hoe kunnen we Joseefs aanvankelijk gebrek aan belangstelling voor Jaäkov opvatten als we uitgaan van zijn veronderstelde volwassenheid? Tegen het eind van de groepssessie waar ik eerder naar verwees, hadden de volwassen toehoorders mij ervan overtuigd dat ik te hard oordeelde over Joseef. Wat hij had meegemaakt was zo traumatisch, dat hij jaren later er niet klaar voor was om oog in oog te staan met zijn familieleden of hen te vergeven, en dus verdrong hij het verleden.

In de jaren daarop, toen mijn zonen b'né mitswa werden en nog later, toen zij zich verloofden en trouwden, kwam mijn ongemakkelijke gevoel over Joseefs schijnbare gebrek aan betrokkenheid voor zijn vader echter opnieuw aan de oppervlakte, zij het vanuit een ander perspectief. Mijn vroegere onbehagen had te maken met mijn vergeefse poging mijzelf in de rol van Joseef te zien. Omdat ik heel innig was met míjn ouders, kon ik me gewoon niet voorstellen hoe ik lang van hen gescheiden zou kunnen zijn, zonder te willen weten hoe het met ze ging en hen te laten weten dat het mij goed ging. Nu ik 66 ben, lees ik de tekst door de ogen van Jaäkov, en voel ik zijn pijn, wanneer hij door zijn zonen op de hoogte wordt gebracht van Joseefs dood. Ik ben gaan begrijpen, dat het verhaal van Jaäkov en Joseef in sidra Mikeets niet gaat over het verdriet van een vader en de boosheid van een zoon die veranderen in onverschilligheid, maar veeleer over een ooit innige ouder-kindrelatie, waarin verwijdering, verlies en stilte de overhand krijgen.

Hoewel ik innig verbonden blijf met mijn zonen, wordt bar mitswa - net als het huwelijk - gevierd als een rite de passage, waarmee een kind zich losmaakt van zijn of haar ouders. In het geval van bar en bat mitswa gebeurt dit door een volledig volwassen lid te worden van de joodse gemeenschap en voor zichzelf te beslissen of men wel of niet de voorrechten en verplichtingen van joodse volwassenheid wil accepteren. In het geval van een huwelijk gebeurt het door zich te begeven op een levenspad met een echtgenoot/ote en een nieuw besef te vormen van wat familie is. Wanneer de beslissingen die mijn kinderen nemen moeilijker worden en de dingen niet altijd gebeuren zoals ze gepland zijn, als ze noodgedwongen traumatische gebeurtenissen moeten doorstaan, zullen ze dan uiteindelijk mij de schuld geven, zoals Joseef Jaäkov verwijten maakte? Zullen we door perioden van stilte gaan, waarin er één of meerderen van hen mijn sms'jes of telefoontjes niet zullen beantwoorden?

Hoewel de Toratekst nooit expliciet beweert dat Joseef negatieve gevoelens koesterde jegens Jaäkov, lijkt er geen andere manier om te verklaren waarom Joseef verkoos in Egypte te blijven lang nadat hij uit slavernij was verlost. Als hij alleen maar woest was op zijn broers, waarom keerde hij dan niet terug naar Jaäkov of liet hij hem niet tenminste weten dat hij in leven was? Uiteindelijk was misschien Jaäkov de persoon wie Joseef de schuld voor zijn ongeluk het meest aanrekende. Ik zou me kunnen voorstellen dat hij bij zichzelf zei: „Het is allemaal de schuld van mijn vader. Als hij me niet uitverkozen had, me niet verwend had en niet gezegd had dat hij mij het meest liefhad, hadden mijn broers me niet zo gehaat en zou ik nooit als slaaf zijn verkocht.” Zo kwam het dat, toen Farao besloot Joseef tot zijn onderkoning te maken, Joseef de gelegenheid aangreep om een nieuwe identiteit te vormen, met een nieuwe naam, thuisland en familie, door te trouwen met Asnat, de dochter van een Egyptische priester; zij baart zonen die Joseef toepasselijk Menasjè noemt („want God heeft mij al mijn ellende en het gemis van mijn familie doen vergeten”) en Efraïm („want God heeft mij vruchtbaar gemaakt in dit land waar ik zoveel te verduren heb gehad”) (Beresjiet 41:51-52). Meer dan zeven jaar lang zet Joseef zich over zijn verleden heen; hij ziet zichzelf en wordt door anderen gezien als een Egyptenaar, die in zijn nieuwe thuisland persoonlijke vervulling en politiek en financieel succes vindt.

Als zijn broers niet naar Egypte waren gekomen, had hij Jaäkov en zijn broers laten sterven van de honger. Wat hem betreft waren ze niet langer zijn familie en hun problemen waren niet langer de zijne. Maar zodra ze terugkomen met Benjamin, zoals Joseef hen heeft opgedragen, wordt Joseef overspoeld door emoties bij het zien van zijn geliefde jongere broer (Beresjiet 43:30-31) en ziet hij in wat hij gedurende die jaren van scheiding gemist heeft. Joseef erkent dat de echte reden waarom hij in Egypte bleef niet was dat hij niet oog in oog met zijn familie wilde staan, maar dat hij niet met zichzelf wilde worden geconfronteerd. Zijn oudere broers waren niet onberispelijk, maar hij zelf ook niet. Bovendien, zelfs al zou hij zijn vader nog veel te verwijten hebben, dan nog was het zijn plicht hem te eren.

En hoe zit het met Joseefs andere verplichtingen als een volledig lid van de verbondsgemeenschap waartoe hij door geboorte hoorde? In eigentijdse taal, hoe zat het met zijn joodse identiteit? Joseef begint te begrijpen dat hij wrok en boosheid koesterde jegens zijn familie en deze op het Jodendom zelf projecteerde. Dat is de reden dat wanneer hij zijn broers vraagt naar Jaäkov, zijn woorden een nieuwe, meer volwassen Joseef laten zien; een Joseef die in emotionele en spirituele zin klaar is om thuis te komen. Joseef ziet in dat Jaäkovs tekortkomingen als vader hemzelf geen vrijstelling of excuus verschaffen om niet het soort zoon, of de mens, te zijn die hij weet dat hij kan zijn.

==========================================================================

Een tweede commentaar door rabbijn Rick Kellner. Hij is rabbijn en spiritueel leider van Beth Tikvah, Columbus, Ohio:

 

Joseefs verborgen waarheid

 

Binnen het verhaal van Joseef en zijn broers ligt een moment van waarheid besloten, of een moment van verborgen waarheid. Bij het weerzien van zijn broers herkent Joseef hen onmiddellijk, maar zij herkennen hem niet (Beresjiet 42:7). Waarom maakt hij zich niet bekend als hij zijn broers ziet? Wat moet dat een uitdagend moment zijn geweest voor het kind dat ooit droomde dat zijn broers zouden buigen voor hem? Elke poging om meer vragen te stellen over hun achtergrond had naar de mogelijkheid kunnen leiden dat de broers daadwerkelijk Joseefs identiteit zouden achterhalen.

Levi Jitschak van Berditchev, een van de grote Chassidische leraren uit de 18e eeuw, geeft aan dat [het gedrag van Joseef op] dit moment gerechtvaardigd was vanwege Joseefs eerdere dromen. Levi Jitschak (Kedoeshat Levi, Beresjiet, Mikeets) legt uit dat de broers wrok zouden hebben gekoesterd, zodra ze zich gerealiseerd hadden dat zijn dromen uit waren gekomen. Deze dromen hadden hen boos en jaloers gemaakt. Joseef handelde op deze manier, opdat de broers niet zouden weten dat hij inderdaad hun meerdere was geworden. Zou dit een daad van compassie of nederigheid kunnen zijn?

Het interessante aspect van deze pasoek (vers, red.) is dat het woord voor ‘herkennen’  wajikarem is (hij herkende hen) en het woord voor ‘hij gedroeg zich als een vreemde’ is wajitnaker. De Hebreeuwse wortel voor beide woorden is dezelfde, noen-kaf-resh. De dubbele betekenis van deze wortel helpt ons om Joseefs nederigheid te herkennen. Soms moeten we onze kracht, onze titels, of onze talenten verbergen uit respect voor de ander. Joseef herkent zijn broers niet alleen aan hun uiterlijk, maar hij herkent ook de verwondingen van hun ziel; wonden waaraan hij heeft bijgedragen. Door zich te verbergen kan Joseef daadwerkelijk zijn eigen zelfbewustzijn als een leider die het vermogen heeft om te helen, vergroten. Het zien van de emoties en pijn van de ander kan ons helpen onze eigen rol in het veroorzaken van die pijn te herkennen en erkennen. Door zich tegenover hen te gedragen als een vreemde, werd Joseef zich bewust van zijn ware zelf, en verwezenlijkte dat.

Terug naar boven

Meer artikelen...

  1. 5778
  2. 5778
  3. 5778
  4. 5778