WUPJlogo 

Torah from Around the World
__________________________________________________________

Als je morgen niet een beter mens bent dan vandaag,
waar heb je dan morgen voor nodig?

Rabbi Nachman van Bratzlav

 _______________________________________________________________

Indien u ons wilt steunen en ook in staat wilt stellen deze commentaren te verzorgen met een gift die aftrekbaar is voor de belasting, klik dan hier

Alvast onze dank.

_______________________________________________________________
    

Sjabbat 24 februari 2018 / 9 Adar 5778, Sjabbat Zachor - Tetsavé, Sjemot/Exodus 27:20 - 30:10
     Tanach blz. 165 - 172

uit het tweede sefer Tora: Devariem/Deuteronomium 25:17-19

     Tanach blz. 410

Haftara: 1 Sjmoeëel 15:2-34
    Tanach blz. 568 - 570

Commentaar: Rabbijn Ellen Weinberg Dreyfus is een gepensioneerde rabbijn van B’nai Yehuda Beth Sholom in Homewood, Illinois. Zij is ook voorzitster geweest van de Central Conference of American Rabbis.

vertaler: Sera Spanier

Het Engelse origineel 

__________________________________________________ 

 

Licht doen schijnen op de Tora

 

Tetsawé was mijn bat mitswa parasja …. vijftig jaar geleden. Het is moeilijk voor te stellen dat het zo lang geleden is en dat ik nu oud genoeg ben om zulke dingen te zeggen. Men heeft mij verteld dat mijn bat mitswa de eerste was in de K.A.M. synagoge (nu de KAM Isaiah Israël Gemeente), de oudste gemeente in Chicago. Destijds was ik me er niet van bewust dat ik „de eerste” was, maar er waren erg weinig meisjes op joodse les, die toen de religieuze dagschool verving. Eén jaar bestond de klas uit veertien jongens en ik als enig meisje. Ons gezin maakte zich niet erg druk over de viering van mijn bat mitswa. Na de dienst kwamen familie en vrienden naar ons huis voor de lekkere lunch, die mijn moeder had klaargemaakt en mijn oom nam een paar foto’s. Ik had die avond een ‘kinderpartijtje’ in de plaatselijke school met snacks en er werd dansmuziek gespeeld op een draagbare platenspeler met 45 toeren-platen. Ja, het was mogelijk om volwassen te worden zonder cateraar of een DJ.

Toen ik bat mitswa werd begreep ik niets van mijn Tora-parasja en ik kan me niet herinneren dat mijn leerkrachten de moeite namen om mij één en ander hiervan uit te leggen, of er enige betekenis aan te geven. Ik wist dat het over regels ging die niet langer relevant zijn, maar de woorden waren vreemd en mij werd enkel geleerd om de  lettergrepen uit te spreken die ik later na moest zeggen. Vandaag de dag zie ik dit hele gebeuren als een gemiste kans.

Toen ik jaren later als volwassene sidra Tetsawé las, ontdekte ik aspecten uit de tekst die mij destijds hadden kunnen aanspreken en helpen. Als kind hield ik van handwerken; toen ik op de middelbare school zat heb ik voor mezelf een paar jurken gemaakt. Hoe graag had ik gewild dat iemand me toen had uitgelegd hoe volgens de instructies uit de Tora de priesterlijke kledij voor Aharon en zijn zonen moest worden gemaakt. Dan zou ik me verbonden hebben gevoeld met „Haal een blauw purperen koord door de ringen van de borsttas en die van de priesterschort” en „de halsopening komt in het midden” (Sjemot/Exodus 28:31-32). Stel je de schoonheid in de instructie van Sjemot 28:33-34 voor: „Aan de hele zoom moet je granaatappels van blauw purperen, rood purperen en karmozijn rode wol aanbrengen met gouden belletjes ertussen, steeds om en om een gouden belletje en een granaatappel.”

Wat een prachtig materiaal en wat een mooie constructie! Ik wou dat ik deze woorden destijds had begrepen; dat had me zeker geholpen om betekenis te vinden in deze tekst toen ik jong was.

De Toralezing van deze week begint met het gebod om een neer tamid aan te steken, de lamp in de tabernakel die eeuwig brandt. In een midrasj hebben de rabbijnen het licht van deze lamp vergeleken met de studie van Tora: „Kijk hoe de woorden van de Tora licht geven aan hen die ze bestuderen (…). Zij die Tora studeren laten licht schijnen waar ze ook zijn. Het is alsof iemand met een lamp in zijn hand in het donker staat; als hij een steen ziet struikelt hij niet, ook valt hij niet in de goot, omdat hij een lamp in zijn hand houdt, zoals geschreven staat, ‘Uw woord is als een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad’ (Tehilliem/Psalmen 119:105) (…) Wat is de lamp van God? De Tora, zoals geschreven staat, ‘Het gebod is een lamp, en het onderricht een licht’ (Misjlee/Spreuken 6:23).” (Sjemot Rabba 36:3)

Voor ons is het zowel een uitdaging als onze verantwoordelijkheid om de Tora te onderwijzen, die licht geeft aan hen die haar bestuderen, om hun pad in de wereld te verlichten en hen te helpen om licht naar anderen te brengen. Tijdens mijn jarenlange werk als rabbijn heb ik met vele bar- en bat mitswa leerlingen gewerkt. Mijn eigen teleurstellende ervaring zat in mijn achterhoofd als ik me inzette om mijn leerlingen te helpen om betekenis te vinden in de Tora parasja die zij moesten doen. Duizenden rabbijnen en voorzangers en leerkrachten doen hetzelfde voor hun leerlingen en brengen de woorden van de Tora tot leven voor iedere nieuwe generatie. Elke leerkracht kent het plezier wanneer het licht doorbreekt bij een leerling omdat hij/zij iets ontdekt wat ze eerst niet wisten. De teksten kunnen moeilijk of duister zijn, maar de moeite om te begrijpen en te interpreteren is al millennia lang onze uitdaging en is een proces dat in de toekomst doorgaat. Zoals onze rabbijnen leerden: „Zij die Tora studeren laten licht schijnen, waar ze ook zijn.”

Terug naar boven

Meer artikelen...

  1. 5778
  2. 5778
  3. 5778
  4. 5778