WUPJlogo 

Torah from Around the World
__________________________________________________________

Ziet! hoe goed en hoe liefelijk is het,
Dat broeders in eendragt wonen.

Gelijk de kostbare zalfolie op het hoofd,
Die nederdaalt op den baard, den baard van Aäron,
Welke nederhangt op den boord van zijn gewaad.

Zoo ook de dauw van Hermon,
Die nederdaalt op Zions bergen;
Want daar gebiedt de Eeuwige den zegen,
En het leven tot in eeuwigheid
.

 

Tehiliem / psalm 133,
vertaling Samuel Israël Mulder (1838)

 _______________________________________________________________

Indien u ons wilt steunen en ook in staat wilt stellen deze commentaren te verzorgen met een gift die aftrekbaar is voor de belasting, klik dan hier

Alvast onze dank.

_______________________________________________________________
    

Sjabbat 18 november 2017 / 29 chesjwan 5778, Toledot, Beresjiet/Genesis 25:19 - 28:9
    Tanach blz. 48 - 55
Haftara: Malachi 1:1 - 2:7
    Tanach blz. 1230 - 1231

Commentaar: Daniel Nevins, decaan van het Pearl Resnick rabbijnen instituut en van de afdeling voor rabbijns leiderschap.

vertaler: Sera Spanier

Het Engelse origineel (u kunt de tekst daar lezen, maar ook beluisteren)

__________________________________________________ 

 

Zegenen op een volle maag

 

Sommige verhalen zitten vol met visuele voorstellingen, in andere klinken vooral de liederen. Het is geur, met name de geur van lekker eten, die de sidra Toledot doordringt. Eten speelt een voorname rol in de scenes waar het verhaal om draait. Met een bord linzensoep koopt Jaäkov het eerstgeboorterecht van Esav en door middel van een vleesgerecht verzekert hij zich van zijn vaders  zegen voor de oudste. Het eerste verhaal is eenvoudig: Esav is hongerig en is bereid om alles weg te geven voor een bord soep, maar het tweede verhaal is buitengewoon gecompliceerd.

De aankondiging van Jitschak, waarin hij aan Esav vraagt een dier te schieten en voor hem klaar te maken om op te eten is raadselachtig. Gezien als literaire truc geeft het ruimte om de samenzwering van Rivka en Jaäkov aan het licht te brengen. Terwijl Esav er op uit is om te jagen, slachten zij snel twee geiten uit de kudde en geven Jitschak hiervan te eten. Rivka en Jaäkov maken misbruik van Jitschaks blindheid en misleiden hem zo om een verkeerde zegen te geven. Natuurlijk, Rivka had een openbaring ontvangen waarin haar verteld was dat Jaäkov bestemd was voor de opvolging van de aartsvaders en Jaäkov had immers zijn geboorterecht gekocht. Echter, het lijkt erop dat de oude Jitschak niet op de hoogte was van deze feiten, dus hij zit letterlijk en figuurlijk in het donker. En hij is hongerig, terwijl hij op zijn zoon wacht die hem eten komt brengen.

Maar waarom moet Jitschak vlees eten vóórdat hij Esav de zegen geeft? Waarom kan hij niet gewoon zijn zoon roepen voor de zegen, net zoals andere bijbelse figuren dit doen? Inderdaad, wij geven onze kinderen op vrijdagavond de zegen vóór het eten, niet nadat wij van onze maaltijd genoten hebben. Wat is er anders bij Jitschak?

Er is heel veel anders bij Jitschak. Als je aan Jitschak denkt, kun je je dan voorstellen dat hij glimlacht? Ofschoon hij naar het lachen vernoemd was (Jitschak betekent “hij zal lachen”), leidden maar weinig bijbelse figuren een verdrietiger leven. Zijn broer was zijn rivaal, zijn vader doodde hem bijna en na de dood van zijn moeder bleef hij eenzaam achter. Jitschak heeft het nooit makkelijk gehad. Hij houdt van Rivka, maar haar aanvankelijke onvruchtbaarheid bezorgt hen beiden verdriet en al tijdens haar zwangerschap is er aldoor ruzie in hun huis. Jitschak eindigt alleen, bedrogen door zijn vrouw, verguisd door zijn oudere zoon („Moge de dagen van rouw voor mijn vader gauw komen”), en verlaten door Jaäkov die zijn zegen in ontvangst neemt en daarna vlucht voor zijn leven. Zelfs voordat deze tragische gebeurtenissen plaatsvinden is Jitschak niet in de juiste staat om zegeningen te geven en heeft hij wat ondersteuning nodig. Jitschak vraagt om een luxueus diner bestaande uit vlees en wijn, voordat hij de rol van patriarch op zich kan nemen en de zegen van Abraham kan doorgeven.

De rabbijnse literatuur spreekt over het belang  van zich verzadigd en gelukkig te voelen, voordat men de spirituele energie kan oproepen die nodig is om iemand anders te zegenen. Iemand die honger heeft zou wel eens niet in staat kunnen zijn om zijn aandacht op de ontvanger te richten en de zegen naar behoren uit te spreken. In de Talmoed (Bavli, Bava Batra 12b) maakt Rav Avdimi van Haifa een toespeling op een vers uit Hiob (11:12), waar sprake is van het hart (of „de harten”) van een „holle man”. Rav Avdimi legt uit dat het hart van iemand die nog niet gegeten en gedronken heeft, verdeeld is, maar zodra hij gegeten heeft, krijgt hij het vermogen om zich te concentreren.

Wanneer wij de zegeningen voor het eten zeggen wordt dit beschouwd als een vorm van  toestemming vragen voor het genieten van de gulheid van God. Belangrijker is de plicht om God te zegenen nadat we hebben gegeten, waarmee we de mitswa van Dewariem/Deuternomium 8:10 „je zult eten, voldaan zijn en daarna de Eeuwige zegenen” vervullen. De ervaring van voldaan zijn is essentieel om te kunnen bensjen (zegenen).

De grote halacha geleerde rabbijn Jozef Karo zegt: „Het is passend voor eenieder die wil zegenen om in een vreugdevolle stemming te zijn, zoals we dat bij Jitschak zien.”(Beit Yosef bij Orach Chaim 128) Bij het navertellen van ons verhaal geeft rabbijn Karo een tweede bijbels voorbeeld uit I Melachiem/I Koningen hoofdstuk 8. Daar geeft koning Salomon de mensen te eten, die vervolgens „gelukkig en voldaan terugkeerden naar hun tenten, en zij zegenden de koning.”  Niets werkt zo goed om mensen in een goede stemming te brengen als een feest en er is niets beter dan een goede stemming om een mooie zegen naar buiten te brengen.

Als we vooruit kijken naar het moment waarop Jozef zijn vader Jaäkov voorstelt aan de Farao, vraagt de koning aan de patriarch hoe oud hij is. Jaäkov geeft een bitter antwoord: „De jaren van mijn leven zijn gering in aantal en vol van moeite geweest,” en in deze bedroefde stemming zegent hij de Farao (Beresjiet/Genesis 47:7-10). Bedenk dat alleen een zware hongersnood de zonen Jaäkov en uiteindelijk de oude patriarch zelf naar Egypte had gebracht. Ik denk dat zelfs een uitbundig Egyptisch feest Jaäkov niet geïnspireerd zou hebben om de Farao een enthousiaste zegen te geven.

Mij werd onlangs gevraagd of iemand die net één van zijn ouders heeft verloren vóór de begrafenis zijn eigen kind een zegen voor Sjabbat kan geven. De joodse wet beschouwt iemand op zo’n pijnlijk moment als een onen - iemand die ontheven is van alle positieve geboden. Maar kan een onen desondanks zo'n zegen geven? Ik kon geen duidelijk verbod vinden, maar gebaseerd op bovenstaande tekst concludeerde ik dat hij/zij dit beter niet kon doen. Een zegen moet komen vanuit vreugde en overvloed, niet vanuit droefheid.

Waarom zegenen ouders hun kinderen voor het eten op vrijdagavond? Is het niet beter om te wachten tot na het eten, of tijdens het eten? Hierop kan ik alleen vanuit mijn persoonlijke ervaring antwoorden. Het moment waarop gezin en vrienden verzameld zijn rondom de tafel om samen te zingen en te feesten is een moment van buitengewone blijdschap. Aan de Sjabbattafel voelt het alsof het licht van de Eeuwige schijnt en ons een spirituele tevredenheid schenkt die veel verder reikt dan het plezier van een volle maag. Daarom geven we in dat geval zegeningen vanuit ons hart, vlak voor het begin van de maaltijd.

Als we het verhaal van Jitschak en Rivka lezen vanuit hun verdeelde huis en harten, is het moeilijk om niet de spanning en het verdriet te voelen die over deze zegeningen hangen. Inderdaad, de zegeningen worden niet ontvangen in een sfeer van dankbaarheid en rust, maar in spanning en angst. Een volle maag is nodig om Jitschak de zegeningen te ontlokken, maar het is niet voldoende om een gezegende uitkomst te verzekeren.

Als wij het voorrecht krijgen om iemand anders te zegenen, is het onze plicht om onszelf in een staat van vreugde te brengen voor dat heilige moment. Bij het erkennen van de grote zegeningen die in ons leven zijn, strekken we onze handen uit en openen we onze harten, om het goede van daaruit te laten stromen en ons te verbinden met degene die de zegen van ons krijgt. 

Moge al onze zegeningen van een vreugdevolle plaats komen en met liefde worden ontvangen.

 

Terug naar boven

 

Meer artikelen...

  1. 5778
  2. 5778
  3. 5778
  4. 5778