| TASTE OF LIMMUD |
...hajasjan jitchadesj wehechadasj jitkadeesj...
…wat oud is wordt vernieuwd en wat nieuw is wordt geheiligd…
Rav Kook, de eerste opperrabbijn van Israel…wat oud is wordt vernieuwd en wat nieuw is wordt geheiligd…
Igrot Haraya, Iggeret 164
________________________________________________________
Langs deze weg wensen de redactie en de vertalers van deze Levisson-Limmud commentaren alle lezers bijzonder mooie en betekenisvolle feestdagen toe en een jaar van gezondheid, welzijn en zegeningen, Lesjana tova oemeworèchèt, לשנה טובה ומבורכת.
Over twee weken verschijnt het laatste commentaar van dit jaar (eigenlijk het eerste in 5771) voor Sjabbat Sjoewa, sidra Haäzinoe, op 11 september. Het eerste commentaar daarna wordt die voor Sjabbat Beresjiet op 2 oktober.
________________________________________________________Over twee weken verschijnt het laatste commentaar van dit jaar (eigenlijk het eerste in 5771) voor Sjabbat Sjoewa, sidra Haäzinoe, op 11 september. Het eerste commentaar daarna wordt die voor Sjabbat Beresjiet op 2 oktober.
Sjabbat 4 september / 25 elloel 5770
Sidra Nitsaviem-Wajelech, Devariem [Deuteronomium] 26:1-29:8
Tanach blz. 410-417
Tanach blz. 410-417
Haftara: Jesjaja 61:10-63:9
Tanach blz. 905-907
Tanach blz. 905-907
Vertaling: Sera Spanier
NITSAVIEM-WAJELECH
Nitzavim-Vayelech is de kortste dubbele sidra in de canon (korter dan de meeste andere enkele sidrot). Aan het einde van de redevoering van Mosjee (d.w.z. het hele Boek Devariem) houdt hij de Jisraëlieten de keuze voor om Gods geboden al dan niet te volgen en -naar het voorbeeld aan het slot van Nitsavim (30:19)- om “het leven te kiezen.”
Wajelech zet de ouverture in van de zwanenzang van Mosjee, aangezien hem gezegd wordt dat hij spoedig zal sterven. Hij verzamelt de stamoudsten en aanvoerders voor een slotlied….
Nitsaviem-Wajelech –
Adam Frankenberg
Adam Frankenberg
Adam doet promotieonderzoek naar niet-orthodoxe halacha. De laatste jaren heeft hij lezingen gehouden voor Limmoed, maar pas nadat hij Limmoed jarenlang als deelnemer heeft bezocht.
De dubbele sidra van Nitsaviem-Wajelech verschijnt aan het einde van het boek Devariem (Deuteronomium) en het enige wat hierna overblijft zijn de mysteries van het lied Haäzinoe en de laatste zegen die Mosjee aan het volk geeft, gevolgd door zijn overlijden. Ook al is de dubbele afdeling Nitsaviem-Wajelech relatief kort is deze niet zonder incidenten en zit vol theologische ideeën en vraagstukken.
Alle gebeurtenissen in Nitsaviem-Wajelech vinden plaats op Mosjee’s 120e verjaardag, de laatste dag van zijn leven. Volgens Rasji is dit de betekenis van “vandaag” in pasoek 29:9. Mosjee’s lot staat ook duidelijk in de tekst van de eerste regel van Wajelech: “Hierna sprak Mosjee de Jisraëlieten opnieuw toe. Hij zei: “ik ben vandaag 120 jaar oud en niet in staat om nog langer leiding te geven. Bovendien heeft de Eeuwige me gezegd dat ik de Jordaan niet mag oversteken.”(Deut. 31:1-2).
Voor mij zijn de twee belangrijkste onderwerpen van de sidra de kwestie van het leiderschap en de voortgang van Daät-Tora, de kennis van Tora. Daarom lijkt het feit dat Mosjee 120 jaar oud is en niet langer in staat om leiding te geven heel redelijk, ware het niet dat Mosjee nog altijd bijzonder actief is. Onmiddellijk na zijn dood lezen we dat “tot het laatst toe zijn krachten niet waren afgenomen en zijn ogen niet verzwakt.” (Deut. 34:7). Hij riep iedereen bij elkaar en zei hen dat zij nu zullen oversteken, maar niet (zoals we zouden verwachten) de Jordaan om het land binnen te gaan, maar om het Verbond met God binnen te gaan. (Deut. 29:11).
Leiderschap en autoriteit in zaken de Tora aangaande zijn aan ons overgedragen. De sidrot Nitsaviem-Wajelech gaat verder met het overdragen van de fakkel van het leiderschap aan Jehosjoea. Mosjee en Jehosjoea worden samen naar de Ontmoetingstent geroepen, waar de Eeuwige hen vertelt dat na het overzijden van Mosjee het volk vreemde goden zal gaan dienen. Mosjee’s laatste handelingen zijn het optekenen van het Lied, zoals God het hem heeft opgedragen en –meer praktisch– het schrijven van de complete Tora en deze aan de Levieten te geven ter bescherming tegen toekomstige acties van de Jisraëlieten.
Maar waarom was Mosjee niet meer in staat om leiding te geven? Mei Hashiloach, een chassidische leraar, zegt dat de uitdrukking dat Mosjee niet langer in staat is latseet welawo “naar buiten te gaan en te komen” (in de NBV/Tanach vertaald met “om leiding te geven”) betekent dat Mosjee een staat van volmaaktheid had bereikt en daarom niet verder kon groeien of afdalen van zijn spirituele niveau en hierdoor niet langer als leider kon functioneren.
Veranderingen kunnen bedreigend zijn voor leiders, maar als we de Tora volgen en aan de zegen van Mosjee voor Jehosjoea denken “om sterk en moedig te zijn”, dan is het oké.
Een andere invalshoek –
Leanne Stillerman
Leanne Stillerman
Leanne is een trotse Zuid-Afrikaanse Limmoednik die sterk gelooft in Tikkum Olam.
Sidra Nitsaviem opent met de zeer belangrijke bijeenkomst van het volk waarin het Verbond met de Eeuwige vernieuwd zal worden alvorens ze het land Israël binnentrekken. Het volk is nitsaviem, ze staan in de zin van bereid zijn te communiceren, dus klaar om een boodschap te ontvangen.
De Tora legt de nadruk op het bijeenkomen van het hele volk –koelchem– iedereen, van de stamhoofden, ouderen, vrouwen, tot de kinderen, de vreemdeling, de houthakker en de waterdrager aan toe. De midrasj leert ons dat dit moment het idee van arvoet introduceert, wat betekent dat alle individuele mensen verantwoordelijk zijn voor elkaar. Door dit concept wordt een identiteit die verder reikt dan het individuele zelf gecreëerd.
Erich Fromm, prominent psychoanalist en filosoof, beschrijft de ervaring van ontkoppeling en vervreemding van de moderne mens in zijn klassieke werk “The Art of Loving” (De kunst van het liefhebben). Hij stelt dat liefde het voornaamste is wat alle mensen verenigt voor wat betreft solidariteit en verzoening. Hij bespreekt het belang van “verwantschap van centrum naar centrum” – een herkenning van onze essentiële overeenkomsten als we ons masker laten vallen. Dit klinkt door in onze sidra – een éénheid, die los staat van elke sociale status, tussen de ouderen, de kinderen en de waterdragers. Interessant genoeg wijst de sidra enerzijds op het belang van behoud van de identiteit van het individu door het identificeren van leden van het volk volgens hun rollen in de gemeenschap, en anderzijds spoort die de mensen aan om met elkaar te werken aan deze éénheid die verder reikt dan henzelf.
Als wij naast elkaar staan -nitsaviem– aan het begin van Rosj Hasjana kunnen we misschien dichter bij deze ervaring van verbondenheid komen, zowel met elkaar als met de Eeuwige.
Sjana tova, een goed en gezegend jaar.
Terug_naar_boven



