De Rabbijnopleiding

AfdrukkenE-mailadres

De opleiding van rabbijnen op het internationaal vereiste academische en professionele niveau is de eerste prioriteit van het Instituut. Rabbijnen zijn immers de primaire dragers van de keten van de traditie en zorgen ervoor dat deze erfenis op authentieke en toch eigentijdse wijze wordt doorgegeven aan komende geslachten. 

De opleiding tot rabbijn duurt in principe vijf jaar. Elk studiejaar beslaat in beginsel 28 weken. Elke week worden ca. 10 uren college gegeven en verder wordt van de studenten verlangd dat zij gemiddeld twee uur besteden aan de voorbereiding van elk college-uur. Daar komen per jaar een of twee (internationale) symposia, intensieve studieweken, stages en eventueel andere activiteiten bij. Per jaar dienen de studenten minimaal 60 ECTS te verdienen. De opleiding is een volwaardige academische studie, maar wel een met aangepaste lestijden. De studenten hebben elk hun eigen werkkring en daarom worden ook colleges gegeven ’s avonds en op zondag.
Het lesprogramma is onderverdeeld in een academisch gedeelte en een beroepsgericht gedeelte. In de loop van de opleiding integreren deze onderdelen meer en meer met elkaar.

De colleges worden voornamelijk door het Instituut zelf verzorgd. Ook worden colleges gevolgd aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Universiteit Leiden of elders indien daar modules worden gegeven die in het studieprogramma passen.

De
docenten zijn vooraanstaande, voornamelijk joodse, Nederlandse academici.  Bepaalde onderdelen worden in intensieve studieweken aangeboden door docenten van bevriende instituten die rabbijnen opleiden, zoals het Hebrew Union College te Jeruzalem en het Leo Baeck College te Londen.

Naast de academische vorming is een belangrijk deel van de opleiding gericht op de professionaliteit en de vaardigheden die van een moderne rabbijn mogen worden verlangd. De omschrijving van dit onderdeel wordt samengevat in de term "Beroepsvoorbereidende Vorming" (BVV). Daarin wordt aandacht besteed aan Pastorale Psychologie, Geestelijke Verzorging en ’Congregational Dynamics’. Verder komen presentatietechnieken (spreken en de wijze waarop men zich gedraagt als voorganger in het openbaar en in sjoel) en een aantal praktische rabbinale handelingen zoals het leiden van diensten, het schrijven van derasjot en artikelen, het werk van het Beth Din.

Tijdens de opleiding wordt tevens aandacht gegeven aan de persoonlijke ontwikkeling en het geestelijke leven van de individuele studenten. Tijdens de stages wordt, naast de praktijkbegeleiding van de rabbijnen van het Verbond, ook verplichte individuele en professionele supervisie geboden.