In de regel verspreiden wij een commentaar in het Nederlands op de wekelijkse voorlezing uit de Tora in de synagoge, de sidra of parasja. In het Joodse jaar 5767 (2006-2007) hebben we echter de commentaren gewijd aan de haftarot (enkelvoud ’haftara’) die in de sjoeldienst volgen op de wekelijkse Toravorlezing. U vindt deze commentaren terug in het archief door op het jaar 5767 te klikken.


Het woord haftara (niet ‘half-Tora’) komt van de Hebreeuwse woordstam Pe-Tet-Resj, wat "afsluiten" betekent; de persoon die als laatste voor de Tora wordt opgeroepen en daarna de haftara voorleest, wordt maftier genoemd, degene die de Toravoorlezing afsluit. Dit is doorgaans een van de belangrijkste onderdelen van de taken van een Bar- of Bat Mitswa bij hun viering van deze bijzondere verjaardag.

De haftara is doorgaans korter dan de voorlezing uit de Tora en omvat hooguit 2 hoofdstukken, die ontleend zijn aan de Neviiem, de Profeten, het tweede deel van Tanach. In liberaal-joodse kring leest men ook haftarot genomen uit het derde deel van Tanach, Ketoewiem, de Geschriften, waar men boeken zoals de Psalmen, Job, Misjlé (Spreuken) en Kohelet (Prediker) vindt.

Dit tweede deel van Tanach (Nevi' iem) omvat zowel de historische boeken (soms aangeduid als de Vroege Profeten: Jehosjoea, Sjoftiem, Sjmoeëel en Melachiem), als de meer bekende Latere of  ‘literaire profeten’ Jesjaja, Jirmeja en Jechezkeel. Verder bevat dit deel de twaalf ‘kleine’ profeten (klein refereert niet aan hun belangrijkheid, maar alleen aan de beperkte omvang van wat er van hun geschriften bewaard is gebleven, meestal slechts een paar hoofdstukken).

Het is niet duidelijk wanneer en waarom werd begonnen met het lezen van de haftara. Sommigen veronderstellen dat het werd geïntroduceerd als een uitdaging aan de Samaritanen, die beweerden dat alleen de Tora Goddelijk was, maar niet de andere boeken. Anderen suggereren dat de haftarot werden gekozen als een commentaar of midrasj op de tekst van de Tora. (Overigens is het verbazingwekkend dat de oudste verwijzing tot dit gebruik niet in joodse bronnen te vinden is, maar in het Nieuwe Testament waar in het boek Handelingen wordt verteld dat Paulus een toespraak in de synagoge hield "na het voorlezen uit de Tora en de Profeten").

In ieder geval zijn er twee "soorten" haftarot. De meeste teksten zijn gekozen omdat zij wat inhoud of formuleringen in de tekst een verband houden met de sidra of parasja van de week. Maar een aantal haftarot zijn gekozen omdat zij een verband aanwijzen met de tijd van het jaar. Zo zijn er 4 haftarot die altijd worden gelezen op de sjabbatot van rond Poerim en voor Pesach. 3 haftarot ’van waarschuwing’ worden gelezen in de weken voor Tisja beAv, en na deze grote treurdag volgen 7 sjabbatot met ’haftarot van troost’, die tot de Hoge Feestdagen leiden.

In de liberaal-joodse kringen waar men ook voor de haftarot een drie-jarencyclus volgt, is deze van toepassing alleen op de teksten die verband houden met de sidra van de week; de haftarot die verbonden zijn met de kalender blijven dezelfde van jaar tot jaar.    
Klik hier voor andere commentaren op de haftara.

In de bibliotheek van het Levisson Instituut dat gevestigd is in het gebouw van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam vindt u een groot aantal klassieke en moderne commentaren op de Tora en op de haftara.