Een artikel van Rabbi Dr. David Hartman

Opmerking van de Engelse redacteur:
"Dit indrukwekkende en vaak aangehaalde essay uit 1982 heeft zijn actualiteitswaarde tot op de dag van vandaag behouden" en is opnieuw gepubliceerd op 5 oktober 2009 en ook op 12 april 2010.

Auschwitz of Sinai?
 
Er heerst vandaag een gezonde geest van serieuze zelfevaluatie en kritiek in Erets Jisraëel. Het triomfantelijke gevoel van extase van na de Zesdaagse Oorlog overheerst niet langer het bewustzijn van veel Israëliërs.
 
Terugkijkend op deze periode: er zat ook een schaduwzijde aan de jubelstemming en overwinningsroes van de Zesdaagse Oorlog. Naast het positieve effect van ontwakend joods zelfbewustzijn met betrekking tot de centrale positie die de Staat Israël inneemt [in het Jodendom], gaf het ook voeding aan nationale zelfbewieroking en hoogmoed.
 
Tegenwoordig zijn brede lagen van de Israëlische bevolking nuchterder, doordrongen als men is van het complexe karakter van politieke en morele vraagstukken; er is sprake van een serieus verantwoordelijkheidsbesef ten aanzien van de onbedoelde consequenties van onze handelingen. Dit manifesteerde zich duidelijk tijdens de recente oorlog [Libanon 1982]; het is een positief en hoopvol signaal van een volwassen levensinstelling.
 
Het feit dat ons land ruimte biedt aan serieuze en vaak verhitte meningsverschillen is een teken van innerlijke kracht en gezondheid. De Israëlische samenleving bevat zonder enige twijfel de vitale morele krachten die nodig zijn voor herstel en wederopbouw.
 
In de joodse traditie kwam het geloof in vernieuwing voort uit respect voor volwassen en intelligente zelfkritiek. Chesjbon ha-nefesj (zelfonderzoek) is een noodzakelijke voorwaarde voor tesjoeva (berouw en herstel). Eerlijk zijn tegen jezelf én tegen anderen is een voorwaarde voor authentieke menselijke groei en creativiteit. Zelfverheerlijking, erg tevreden zijn met jezelf,  is misleidend en leidt tot morele slordigheid, tot een zwelgen in de status-quo. Een geestelijke doorbraak wordt mogelijk als men de moed heeft om morele fouten te erkennen. 
 
Het geloof in de kracht van vooruitgang vormt een centraal motief in het Jodendom. Concepten zoals psychologisch determinisme, historische onvermijdelijkheid en fatalisme zijn daarentegen vreemd aan de wijze waarop onze traditie menselijk gedrag begrijpt. Het geloof in radicale vrijheid, in een open toekomst, in verrassingen en nieuwe ontdekkingen, vormt een belangrijk element van de vitaliteit en het voortbestaan van het Jodendom.
 
Maar er is een wezenlijk verschil tussen romantische dagdromerijen over een betere toekomst enerzijds, en een oordeelkundig hopen dat de toets van lijden, mislukking en tragedie heeft doorstaan anderzijds.
 
Hoewel wij een nog jonge natie zijn, bieden de intensiteit van onze politieke realiteit alsmede onze oude historische herinneringen ons de ervaring en het inzicht die vereist zijn om onze samenleving een nieuwe en volwassen richting te kunnen doen inslaan.
 
Een van de fundamentele vraagstukken waarmee deze nieuwe geest van volwassenheid in Israël geconfronteerd wordt is: welk oriënterend principe moet ons gaan helpen om de wederopbouw van de Staat Israël te begrijpen, Auschwitz of Sinai? De relatieve nadruk die wij leggen op een van deze modellen heeft belangrijke verschillen tot gevolg.
 
In de 20e eeuw zijn wij opnieuw een getraumatiseerde natie geworden. Het lelijke gezicht van de demonische krachten van het antisemitisme heeft ons ten diepste in ons menszijn geraakt en met afschuw vervuld. Nooit kunnen wij de vernietiging van miljoenen Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog vergeten. Velen rechtvaardigen en interpreteren de betekenis van de wederopbouw daarom in termen van joods lijden en vervolging.
 
In toespraken in de Knesset en bij UJA [United Jewish Appeal] fundraising dinners hoort men vaak uitspraken als: “Wij zullen ons nooit meer kwetsbaar maken. Nooit meer zullen wij ons uitleveren aan de vernietigende politieke krachten in de wereld. Dankzij ons machtige leger zijn wij niet langer genoodzaakt om bij de volkeren te bedelen om medelijden en compassie”.
 
Hoewel ik kan delen in deze angst, die tot uitdrukking komt in dergelijke gevoelens, en die ik respecteer, geloof ik dat het destructief is om de Holocaust uit te roepen tot richtinggevend organiserend principe van de moderne joodse geschiedenis en van onze nationale wedergeboorte en vooruitgang. Het is uit politiek én moreel oogpunt gevaarlijk wanneer ons volk zichzelf identificeert als overlevenden van de Sjoa. Het is onvolwassen en ontluisterend als geprobeerd wordt te bewijzen dat het lijden van het joodse volk historisch uniek is.
 
Wij hebben de onverschilligheid van de mensheid en zijn onmenselijkheid jegens zijn medemens op pijnlijke wijze aan den lijve ervaren. Wij hebben het kwaad dat in onze wereld is fysiek ondervonden. Maar dit zou geen aanleiding of aanmoediging mogen zijn om zelf moreel arrogant te worden. Ons lijden zou niet moeten leiden tot eigengereidheid, maar tot een toenemende gevoeligheid voor alle vormen van menselijk lijden.
 
Toch zijn er mensen die, geobsedeerd als zij zijn door het trauma van de Sjoa, verkondigen dat niemand een oordeel mag uitspreken over het joodse volk: “Geen enkel volk heeft het recht om ons ter verantwoording te roepen. Wij hoeven de morele kritiek van de wereld niet serieus te nemen, want het unieke karakter van ons lijden plaatst ons boven het morele oordeel van een immorele wereld.”
 
Mensen die dergelijke uitspraken doen spreken een oordeel uit over anderen, maar weigeren zelf beoordeeld te worden. Daarmee schendt men een basisprincipe uit het Jodendom: niemand is gerechtigd om te oordelen als hij zichzelf voor kritiek afsluit.
 
Hoewel de waardigheid die gepaard gaat met het hebben van een eigen staat die macht kan uitoefenen, en met de wetenschap verlost te zijn van de onberekenbare goodwill van de volkeren, terecht belangrijk wordt gevonden, maken wij een ernstige fout door van het joodse lijden het enige referentiekader te maken voor het begrijpen van onze nationale renaissance.
 
[Het bestaan van] Israël vormt niet alleen een antwoord op het moderne antisemitisme, het is bovenal een eigentijdse expressie van het boven de geschiedenis staande Verbond op Sinai, [een verbond] dat door de eeuwen heen het joodse bewustzijn heeft vormgegeven. Het was niet Hitler die ons heeft teruggebracht naar Zion, maar het geloof dat het Verbond op Sinai eeuwige geldigheid bezit. Wij hoeven Yad Vashem niet te bezoeken om onze liefde voor Jerusalem te kunnen begrijpen. Het is gevaarlijk voor onze geestelijke groei, als volk, wanneer de herinneringen aan Auschwitz een substituut voor Sinai [?]worden.
 
Het Sinaimodel roept het joodse volk op tot de ontzagwekkende taak een heilig volk te worden. Bij Sinai ontdekken wij dat deze oproep van God absoluut gezag heeft; wij ontdekken wie wij zijn door wat wij doen. Sinai roept op tot actie en moreel besef, de voortdurende uitdaging aan te gaan een rechtvaardige samenleving met een hoge morele standaard op te bouwen, een historische replica van het koninkrijk van God. Sinai genereert nederigheid en de bereidheid om boven onszelf uit te stijgen. Zo gezien is het juist de antithese van het morele narcisme dat voortkomt uit lijden en zichzelf identificeren als een slachtoffer.
 
Het centraal staan van mitsvot in het Jodendom ondermijnt egocentrisme. Dit principe vraagt immers van de Jood om zichzelf te beoordelen op grond van zijn daden en niet op basis van vage mythen over de zuiverheid of de uniciteit van de joodse ziel. Na’asé we-nishma (wij zullen het doen en wij zullen het begrijpen – in die volgorde) luidde het antwoord van ons volk bij Sinai. Wij verstaan onszelf in en door wat wij doen.
 
Sinai gaat niet over het moreel zuivere karakter van de joodse natie, maar vertelt over de betekenis die onze aspiraties om de geboden na te leven voor ons hebben. Sinai stelt het joodse volk permanent bloot aan profetische verwachtingen en commentaren. Joden waren nooit bevreesd dat zij er niet in zouden slagen de verantwoordelijkheden die het verbond met zich mee bracht te realiseren. Onmiddellijk na het verhaal over de openbaring op Sinai worden wij er al aan herinnerd dat Israël het Verbond ontrouw is, in de levendige beschrijving van het incident met het gouden kalf. Sinai leert ons dat uitverkiezing zonder kritische zelfreflectie zonder betekenis is – privileges gaan altijd gepaard met verplichtingen. 
 
Sinai vraagt van de Jood erop te vertrouwen dat de eisen die de profeet aan ons stelt gecombineerd kunnen worden met het realisme en het politieke beoordelingsvermogen van de staatsman. Politiek en moraal hingen met elkaar samen, toen Israël als natie bij de Sinai geboren werd. Sinai verbiedt het joodse volk pogingen, samen met de volkeren in de wereld een universele morele taal te ontwikkelen, voor zich uit te blijven schuiven.  
 
De wederopbouw van Israël kan gezien worden als een weg terug naar de volheid van het verbond op Sinai – naar Jodendom als een manier van leven. Het was niet de bedoeling dat de morele en geestelijke aspiraties van de joodse traditie in vervulling zouden gaan door mooie drosjes op Sjabbat, of door messiaanse dromers die als randfiguren van de samenleving passief de dag afwachten waarop de verlossing zich op wonderbaarlijke wijze zal manifesteren. Torastudie is geen substituut voor het gewone leven, evenmin mogen gebed en synagoge een vluchtroute bieden uit de ambiguïteiten en ingewikkeldheden van de politiek.
 
De joodse wereld zal moeten leren dat de synagoge niet langer het exclusieve raamwerk is waarmee het joodse gemeenschapsleven gedefinieerd kan worden. Morele integriteit en politieke rijpheid en wijsheid moeten eveneens deel gaan uitmaken van onze natie, als wij beoordeeld zullen worden vanwege de wijze waarop wij het Verbond van Sinai proberen te integreren met de complexiteiten van de politieke werkelijkheid.
 
De leiders van de moderne Staat Israël hebben ons uit de geïsoleerde wereld van het getto gehaald en het Jodendom en het joodse volk blootgesteld aan het oordeel van de wereld. Wij kunnen onze zwakheden en uitglijders niet langer verbergen. Wij leven [net als andere moderne naties en mede door het internet, RR] in een glazen huis.
 
Daarom moeten wij “wie wij zijn” definiëren middels wat wij doen en niet door geobsedeerd bezig te blijven met de eeuwenoude nobele geschiedenis van het joodse lijden. Door terug te keren naar ons land en onze natie opnieuw op te bouwen, hebben wij ervoor gekozen om meer gewicht toe te kennen aan onze daden in het heden dan aan fantastische dromen over de toekomst of mooie herinneringen aan ons heroïsche verleden.
 
Door ervoor te kiezen een actieve rol te spelen in de 20e eeuw, en niet te wachten op perfecte messiaanse condities en omstandigheden, lopen wij wel voortdurend het risico in moreel of politiek opzicht ernstige beoordelingsfouten te maken. Maar wij zullen als volwassen mensen moeten reageren op, en communiceren met, diegenen die onze tekortkomingen bekritiseren. Het wordt tijd om onszelf te bevrijden van de uitbundige retoriek van morele superioriteit (“wie zijn zij, dat zij ons een les in moraliteit menen te kunnen leren”) en de ontzagwekkende taak die impliciet in het Verbond van Sinai gegeven is onder ogen te zien.
 
De profeten leren ons dat de staat alleen instrumentele waarde heeft, dat wil zeggen, niet meer is dan een middel waarlangs [waardoor?] de eisen die het Verbond aan het Jodendom stelt gestalte kunnen krijgen. Als Joden het nationalisme tot een absolute waarde gaan verheffen, en als ons politieke en militaire beoordelingsvermogen niet langer gerelateerd is aan het hogere doel van onze nationale wedergeboorte, dan kunnen wij niet langer claimen de Joodse traditie te vertegenwoordigen. De ironie wil dan dat wij, hoewel Hebreeuws sprekend in ons eigen land, geassimileerd [in de betekenis van vervreemd van de traditie] zullen raken.
 
Door open te staan voor kritisch commentaar en deze te verwelkomen, ongeacht wie deze kritiek levert, laten wij zien dat wij willen proberen om nederig en verantwoordelijk de wegen te bewandelen die de God van alle schepselen ons voorhoudt. Hij verlangt van ons dat wij gerechtigheid nastreven in deze imperfecte wereld. 
 
Het is belangrijk om niet te vergeten dat het joodse volk niet regelrecht vanuit de ellendige situatie in Egypte het land is binnengetrokken. Eerst gingen wij naar Sinai, sloten een Verbond met God, en beloofden absolute trouw aan Zijn geboden. Vele jaren moesten wij in de woestijn doorbrengen teneinde het juk van de slavernij van ons af te kunnen schudden.
 
Pas toen wij de vernederende herinneringen aan de slavernij verwerkt hadden, en begrepen dat wij geroepen waren te getuigen van Gods koninkrijk op aarde, konden wij het land binnentrekken. De herinnering aan het lijden in Egypte was geabsorbeerd door de normatieve voorschriften van het Verbond op Sinai. Ons werd geleerd om het lijden te interpreteren in termen van dit normatieve stelsel en zijn morele implicaties, en het niet los te koppelen.
 
Vanwege Sinai heeft het joodse lijden niet tot zelfmedelijden geleid, maar een antenne voor onrecht gecreëerd: “En je zult van de vreemdeling houden omdat je zelf vreemdeling in Egypte bent geweest.”
 
Auschwitz dient net als de hele joodse lijdensgeschiedenis opgenomen en begrepen te worden binnen het normatieve raamwerk van Sinai. Wij zullen altijd blijven rouwen vanwege de herinnering aan Auschwitz. Tegelijkertijd zullen wij om de herinnering aan Auschwitz een gezonde nieuwe samenleving opbouwen. 

Terug naar boven

David Hartman, Founding President of Shalom Hartman Institute, is a leading contemporary Jewish philosopher and internationally Rabbi Prof. David Hartman, Co-Director and Founder, Shalom Hartman Institute, Jerusalem, Israel renowned author. David has a doctorate in philosophy from McGill University and was ordained as a rabbi by Yeshiva University.

David Hartman founded the Shalom Hartman Institute in 1976. He received the Avi Chai Prize in 2000 and the Guardian of Jerusalem Prize on Shalom Hartman Institute’s 25th anniversary. He is the recipient of numerous honorary doctorates, along with The Hebrew University of Jerusalem’s Samuel Rothberg Prize for Jewish Education.

His many publications include A Living Covenant, which won the National Jewish Book Award in 1986, A Heart of Many Rooms and Israelis and the Jewish Tradition.

Terug naar boven